Je bent hier als gast klik  Login  of  Registreer  om deel te nemen
 Verevening

In de ruimtelijke ordening, en ook in een landschapsontwikkelingsplan, zitten in één en hetzelfde plan vaak onderdelen die geld opleveren en onderdelen die geld kosten. Wanneer bijvoorbeeld agrarische grond gebruikt mag worden voor bedrijventerrein dan wordt de economische waarde van die grond hoger en dat besluit (om landbouwgrond om te zetten naar bedrijventerrein) levert dus geld op. Het aanleggen van de ontsluitingsweg voor datzelfde bedrijventerrein  kost geld. Wanneer de opbrengsten van de hogere grondwaarde gebruikt worden om de kosten voor wegaanleg te dekken spreken we van verevening.

In het buitengebied komen ook voorbeelden van waardetoename voor, bijvoorbeeld als een agrarisch gebouw voor kantoor gebruikt mag worden, of wanneer een woonhuis wordt uitgebreid. De omvang van de waardetoename is via een residuele berekening in de meeste gevallen objectief en vrij nauwkeurig te bepalen.

Maatregelen in het buitengebied die geld kosten zijn bijvoorbeeld de aanleg van een houtwal of het herstel van een steilrand. De kosten bestaan uit de waardevermindering van de grond (als de bestemming gewijzigd wordt) de aanlegkosten en de beheerkosten.

Verevening in het buitengebied gaat over het type maatregelen die in voorgaande alineas beschreven zijn.

Er zijn verschillende schaalniveaus waarop verevening kan worden geregeld.

  • Het laagste niveau is het meest toegepast en noemen we ´binnenplanse verevening´. Binnen één (bestemmings)plan, tegenwoordig vaak projectenveloppe genoemd, worden kosten en opbrengsten verevend. In het buitengebied is dit bijvoorbeeld een erf met gebouwen en de aanliggende landschappelijke elementen.
  • Een niveau erboven, en waarschijnlijk mogelijk na invoering van de grondexploitatiewet, zijn exploitatiegebieden. Dit zijn begrensde gebieden, die niet noodzakelijkerwijs integraal ontwikkeld worden, waarbinnen verevend zou kunnen worden. In het Landschapsontwikkelingsplan kunnen we deelgebieden onderscheiden waar wellicht op deze wijze de financiering geregeld kan worden.
  • Verevening kan ook op gemeentelijk niveau plaatsvinden. Een ´fonds grote werken´ is een voorbeeld van verevening op gemeentelijk niveau. Voor het buitengebied zou dit een ´groenfonds´ of een ´landschapsfonds´ kunnen zijn.
  • In Limburg is een algemene vereveningsregeling van kracht. Deze VORm regeling is in werking en de eerste toepassingen vinden nu plaats. De indruk op dit moment is dat de VORm regeling een soort algemene heffing op ontwikkeling wordt die ruime bestedingsmogelijkheden kent. Zo kan bijvoorbeeld ook de bouw van een Multi-Functioneel-Centrum in een dorp er wellicht deels mee betaald worden. Dit is ander dan de oorspronkelijke richting waarin de middelen zouden worden gebruikt voor het realiseren van provinciale groene doelen.

Er zijn ook doelgerichte vormen van verevening zoals de rood voor rood regeling en de landgoederen regeling. Beide zijn vormen van genormeerde binnenplanse verevening.

 

Er zijn diverse voetangels bij het toepassen van verevening.  

  • Beleidsmatig speelt de vraag of de overheid die de verevening toepast ook echt het mandaat heeft, en houdt, om dat te doen omdat er door initiatiefnemers uit onderhandelingsoogpunt zware druk wordt uitgeoefend. Het succes van de VORm regeling moet bijvoorbeeld nog worden afgewacht, maar de kans wordt wel groter als gemeenten ook een belang erbij krijgen als ze zelf middelene kunnen gebruiken en die middelen niet verschoven worden naar verre oorden.
  • Beleidsmatig speelt, als specifieke doorwerking van het voorgaande, ook de vraag of de verevenende overheid een juiste, constante en werkbare norm weet te vinden. De verevening werkt namelijk alleen als de grondprijs omlaag gaat (een deel van de meerwaarde wordt immers afgeroomd) . Alleen onder invloed van langdurige en geloofwaardige normering werkt dit ook echt en gaat de verwachtingswaarde en daardoor de prijs omlaag. De norm moet vervolgens niet te hoog zijn want dan komt er geen enkel project van de grond. Zo hebben bijna alle provincies in hun landgoedregelingen de verhouding huis-omvang groen aangepast zodat er meer projecten uitgevoerd worden.
  • Er is veel discussie over de juridische houdbaarheid, bij de rechter, van vereveningsafspraken. Dit thema staat nu ook sterk in de belangstelling omdat de grondexploitatiewet  wordt ingevoerd. Er zal jurisprudentie moeten groeien om te weten wat er wel en niet acceptabel is. In 2005 bracht een aantal specialisten een advies uit aan de provincie Gelderland. De Provincie had hier bij de voorbereiding van het streekplan om gevraagd. U vindt hier een snelkoppeling naar het PDF document  Ontwikkelingsbijdragen bij herbestemmen van bebouwing in het buitengebied : Advies aan het bestuur van de provincie Gelderland. Dit document is sterk juridisch van aard en geeft weinig vertrouwen in de houdbaarheid van vereveningsregelingen mochten ze voor de rechter komen.
  • Er kan ook een fiscaal vraagstuk zijn. Wanneer opbrengsten en kosten in tijd te ver uit elkaar liggen, of niet programmatisch bij aanvang aan elkaar gekoppeld waren, dan kan de fiscus opbrengsten belasten.

 
Toch zijn de juridische en fiscale voetangels eerder een technisch dan een fundamenteel probleem. En die moeten gewoon worden geregeld. Bij de landgoederenregeling blijkt bijvoorbeeld dat de helderheid van de beleidskeuze en de ervaring van het moment waarop het gaat werken de crux te zijn. Als je het echt wilt en duidelijk en eenvoudig regelt, dan kan het ook is de moraal.


De reactie van de VNG op de grondexploitatiewet

artikel de grondexploitatiewet in de praktijk